Home.Programmering.Voorgaande jaren.Contactgegevens.Vrienden van de 'Sniederskring'.
 Ontworpen door F. Bleijs
 © 2017 - 2018   Sniederskring

Woensdag 18 januari 2017  C.C. Den Herd      20.00 uur

Allard Schröder

 

Allard Schröder werd geboren in het Groningse Haren op 14 juni 1946. Na zijn gymnasium en zijn dienstplicht verhuisde hij naar Amsterdam om zich bij zijn vrienden te voegen die eerder naar deze omgeving waren vertrokken. Hij wist al van jongs af aan dat hij schrijver wilde worden. In Amsterdam las hij met zijn vrienden eerst alle Grieken en Romeinen die ze op het gymnasium vergeten waren te behandelen en begon daarna met vertalen en schrijven van gedichten, verhalen, romans, hoorspelen en essays. In 1989 debuteerde hij met de roman De gave van Luxuria. Hierna volgde in 1991 de verhalen-bundel De muziek van zwarte toetsen. De volgende roman Raaf (1995) gaat over de bizarre lotgevallen van de 25-jarige Raaf wiens vader het slachtoffer wordt van een mysterieuze aanslag, wiens zoontje van 7 spoorloos verdwijnt en wiens ex-vrouw de kluts kwijt raakt.

Na nog een verhalenbundel Het pak van Kleindienst (1996) werd zijn toenmalige oeuvre bekroond met de Halewijnprijs. In 1999 komt de roman Grover uit. Hierin laat de schrijver het verband tussen heden en verleden, tussen droom en werkelijkheid samenvloeien en toont hij de mens die streeft naar het grote, maar voor wie verlies en teloorgang onontkoombaar zijn. Deze roman werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en bekroond met de EC-prijs.

Van 2001 tot en met 2009 zit hij in de redactie van het literaire tijdschrift De revisor.

In 2002 komt de grote doorbraak met De hydrograaf, een sfeervolle roman, waarin de hoofdpersoon Franz von Karsch in 1913 uit Hamburg vertrekt om de wetten van de zeegang te doorgronden. Maar alle wetenschap kan niet verhelen dat zijn leven in een impasse is geraakt, waarvan de uitweg niet op zee te vinden is. Dan zorgt een toeval voor een verrassende wending. Dit boek werd bekroond met de AKO Literatuurprijs en er werden 50.000 exemplaren van verkocht.

Na de verhalenbundel Terugkeer (2004) volgt de roman Favonius (2005), waarin Schröder beschrijft hoe de droom van huisje-boompje-beestje zomaar om kan slaan in de nachtmerrie van het in ieder mens verscholen kwaad. Oftewel: hoe de gegoede burger en de crimineel elkaars tweelingbroers zijn. Nieuwe tijden (2006) bevat een aantal essays, waarna in 2008 de roman De econome verschijnt. Hierin merkt de onstuimige, maar toch ook melancholieke Linde Wielantz, een econome met toe-komst, onverwachts aan ogenschijnlijke kleinigheden dat ze haar eindigheid in haar hart draagt. Zomaar uit het niets duikt een raadselachtige jongeman op, die ze maar niet uit haar hoofd kan zetten. En dan is er nog die geheimzinnige blik die ze steeds op zich voelt rusten. De wereld blijkt een betoverde plek te zijn, vol betekenissen die zij er nooit in heeft gelezen. In De econome verenigt Allard Schröder zijn poëtische talent met zijn vermogen de gebeurtenissen een verrassende wending te geven.

In Amoy (2009) wordt de Nederlandse advocaat Louis Seghers naar de Zuid-Chinese havenstad Amoy gestuurd om daar de verdwijning te onderzoeken van ene Freyler, een zakenman uit Batavia, die opeens spoorloos verdwenen is. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van een dreigende oorlog tussen China en Japan.

In 2009 volgt Wenst. Wenst is een dorpje in het oosten van de provincie Groningen. In dit boek biedt Schröder met zijn welhaast magische talent om een wereld op te roepen de lezer een glimp van dit wonderlijke dorp, een dorp zoals er zoveel bestaan in Nederland, maar wie er naartoe wil kan dat alleen door Wenst te lezen.

Het meisje met de afstandsbediening (2011) is een poëziebundel. De gedichten van Schröder zijn tegelijk ernstig en vrolijk, maar altijd lyrisch, geschreven in een breed scala van stijlen en thema’s, die onder de soepele pen van de ervaren auteur tot een eenheid zijn gesmeed.

In 2013 komt de lijvige roman De dode arm uit. In een bezwerende stijl beschrijft Allard Schröder de zoektocht van Ernst Elfkind Coltersteen naar zijn vader, zijn afkomst, zijn identiteit. Op de achtergrond zien we intussen de naoorlogse Europese geschiedenis zich voltrekken.

In zijn laatste roman Sebastiaans neus uit 2016 wordt Sebastiaan Welsend, een doorsnee bankmedewerker, ontslagen en zit van het ene op het andere moment thuis. Hij besluit daarop weer te beginnen met roken. De sigarettenrook voert hem terug naar zijn jeugd en zijn toenmalige geliefde Henriëtte, die zich Henri noemde. De sensatie is zo sterk dat hij door onbekende krachten gedreven naar haar op zoek gaat. Op deze reis terug in de tijd wordt hem duidelijk waarom zijn liefde van begin af aan een onmogelijke was.