Home.Programmering.Voorgaande jaren.Contactgegevens.Vrienden van de 'Sniederskring'.
 Ontworpen door F. Bleijs
 © 2017 - 2018   Sniederskring

Meer...

Vrienden van de 'Sniederskring'.
In 2009 volgt weer een roman, De Bewaker. Dit boek betekende ook de internatio-nale doorbraak voor Peter Terrin en hij haalde er de shortlist van de Libris Literatuur-prijs mee. De bewaker is een spannend, allegorisch verhaal over oorlog en vrede: oorlog met een ongrijpbare vijand, vrede die elk voor zichzelf moet bevechten. Een tijdloos boek, geschreven in de puntgave stijl waarvoor Peter Terrin geroemd wordt.
In 2010 volgt Voor de lieve vrede, een luisterboek.
Zijn bekendste werk Post Mortem volgt in 2012. Hierin schrijft hij over het herseninfarct van zijn dochtertje. Zo ontstaat een intense, ingenieuze roman over de begeestering van een schrijver, de liefde van een vader en de angst van een man om na zijn dood zijn leven te verliezen.
In 2013 levert hij een bijdrage (met nog 4 andere Vlaamse schrijvers) aan het citybook Turnhout. Hierin bezoeken en ondervragen zij, vergezeld van een fotograaf, Turnhout en de bewoners hiervan.
In 2013 verleent hij zijn medewerking aan Aqua Azzurra een theaterstuk door de theatercompagnie Barre Weldaad, dat in december 2013 in première gaat in Mechelen.
In 2014 tenslotte verschijnt zijn meest recente roman Monte Carlo, een puntgave vertelling, een aangrijpende geschiedenis over geloof, heldendom en de wil om gezien te worden.
Uit NRC.nl/Boeken: Je hoeft er niet eens een lijstje voor te maken: Peter Terrin behoort tot het handvol écht interessante Nederlandstalige schrijvers. Blanco (2003) was een voortreffelijke roman over een vader die aan zijn eigen angst ten onder gaat nadat zijn vrouw bij een carjacking is omgekomen. Dat boek overtrof hij nog met De bewaker (2009) waarin twee angstige mannen na een onduidelijke apocalyps de parkeergarage van een flatgebouw moeten bewaken. Wéér een zeer boze en onbegrijpelijke omgeving dus, maar ook een wonderlijke mannenliefde, competentiestrijd en tenslotte een ontsnappingspoging. De grote prijs die Terrin voor De bewaker had moeten krijgen, kreeg hij voor Post Mortem: een autobiografische roman als een betekenislawine, vol dwarsverbanden en verwijzingen die uiteindelijk draait om het tekortschieten van de verbeelding en om een ernstig ziek kind. De buitenwereld is in de boeken van Terrin koud, hard, onverschillig en onbegrijpelijk – dat hij iets in het werk van W.F. Hermans herkende, wekt geen verbazing. In Terrins bijleesjaren zal ook Kafka langsgekomen zijn. Het eigene van de boeken zit in zijn hoofdpersonen, die hij vaak naïef, maar altijd liefdevol beschrijft. Peter Terrin schrijft als een misantroop die maar geen hekel aan mensen kan krijgen.